Bezinning door pastoor Smulders

‘Wrok en gramschap zijn iets afschuwelijks, alleen een zondaar blijft ermee lopen.’

Dierbare broeders en zusters, meer dan tweeduizend jaar oud zijn deze woorden van Jesus Sirach, maar ze klinken bijzonder hedendaags. Immers, voortgaand op wat er dagelijks via Facebook, twitter, Instagram, google, You Tube en nog zoveel andere sociale media de wereld wordt ingezonden, lopen er vandaag miljoenen zondaars rond. Je schrikt je gewoon te pletter door wat je allemaal leest: heel dikwijls vreselijke uitingen van haat, wrok, aanzetten tot geweld, zelfs tot moord en zelfmoord. Jonge mensen voelen zich vaak onder druk gezet in hun middelbare school tijd door wat door anderen over hen verspreid wordt. Mildheid en gematigdheid zijn dikwijls heel ver te zoeken. En hoe invloedrijk dit alles is, zien we in verschillende grote en kleine Naties. Daar zijn regeringsleiders van grote en kleine mogendheden door haat- en leugencampagnes in een tiental jaren erin geslaagd landen zodanig te polariseren dat die alleen nog lijken te worden bewoond door mensen die elkaar zozeer haten dat ze wellicht nooit meer tot eerlijkheid en wederzijds respect zullen komen, misschien zelfs tot burgeroorlog komen. Ik denk wel eens: 76 jaar geleden werd de strijd beslecht met zware offers van velen tegen 1 ½ dictatoren, maar ik vraag me af: hoeveel zijn er nu te bestrijden?

Maar niet alleen de leiders der volken moeten zich op hun voorhoofd krabben, want hardvochtigheid, vijandschap, repressie en meer van die vreselijke dingen steken overal de kop op. Relaties worden niet meer opgebouwd, maar afgebroken, zodat de wereld en de maatschappij meer en meer onleefbaar worden, en het moeilijker wordt om onbezorgd en gelukkig te zijn.

Het is vanuit die optiek dat we Jesus Sirach en Jezus moeten begrijpen. Zij wijzen allebei dezelfde weg aan om al dat onheil af te wenden, en dat is een werkwoord:  vergeven. Een andere weg is er niet, behalve die van:  niet-vergeven. Wat zou er van onze wereld geworden zijn als 76 jaar geleden bij de bevrijding vergeving onvoorstelbaar geweest zou zijn? Moesten wij Duitsland niet vergeven?  En wat heeft Duitsland in die afgelopen jaar niet gedaan om vergeving te ontvangen?  Ik denk dat dat het evangelie van vandaag in een moderne context plaats: ja, het is waar: Jezus’ woorden zijn woorden van eeuwig leven, en tevens woorden voor altijd….

Dus moeten we ons afvragen welke weg wij bewandelen:  die van wrok, haat, verbittering en vijandschap, of die van vrede en vergeving. We weten dat vergeven niet altijd gemakkelijk is. Daarom is het goed dat wij onszelf geregeld in vraag stellen en ons in alle eerlijkheid afvragen of wij wel zo goed zijn als we ons voordoen. Of wij nooit andere mensen kwetsen, pijn doen, zwart maken, benadelen en meer van die dingen die ons kwaad maken als wij ze zelf moeten ondergaan. En als we zulke dingen wél doen, moeten wij dan  geen vergeving krijgen? Maar als wij vergeving moeten krijgen, moeten wij anderen dan ook niet vergeven? Natuurlijk moeten we dat wèl doen.

We mogen daarbij niet vergeten dat het anderen kunnen vergeven ook voor onszelf ontzettend belangrijk is, want als we het niet doen, blijven we ronddolen in haat en in wrok, en probeer in zo’n situatie maar eens gelukkig te zijn. Ik zag dat in mijn jeugd nog wel eens naar ons buurland Duitsland toe, maar gelukkig lijkt het voor een groot deel verdwenen, niet in de laatste plaats door een sociaal Europees denken waarvoor mensen zich ingezet hebben, ook regeringsleiders in de Europese band en bond. Maar vergeven is niet alleen een zaak van het hart, maar ook van het verstand. Jezus geeft daar een prachtig voorbeeld van. Een heer scheldt een dienaar de reusachtige schuld van tienduizend talenten kwijt, maar die man komt er zelf niet toe een andere dienaar die hem honderd denariën schuldig is zelfs maar uitstel van betaling te gunnen. En dat is echt niet verstandig, want uit verontwaardiging trekt de heer daarom zijn kwijtschelding in en wordt hij aan beulen overgeleverd tot  hij zijn hele schuld betaald zal hebben. Wat trouwens onmogelijk is, want tienduizend talenten kwam in die tijd neer op zestig miljoen daglonen, wat op zijn beurt neerkomt op tweehonderdduizend jaar werken, en zolang zal die knecht zeker niet leven. Het is de sterke taal die we van Jezus meer gewend zijn, Hij doet dat om zijn toehoorders ernstig “wakker” te rammelen.

Broeders en zusters, vergeving is een zaak van het hart en het verstand, en als wij niet willen of kunnen vergeven, moeten we er niet op rekenen dat anderen dat wél zullen doen als we in de fout gaan. Vergeven is trouwens ook een van de mooiste cadeaus die wij als christenen (en eigenlijk alle mensen) te bieden hebben, en dat geschenk wordt elke dag waardevoller, want in deze maatschappij en in deze wereld die de weg lijken op te gaan van haat en tweedracht wordt vergeven echt uitzonderlijk. Bijna zo uitzonderlijk als de kwijtschelding van kolossale schuld in het evangelie. Een op het oog (maar dat zegt niet altijd iets) nette dame reedt in een winkel in Den Bosch letterlijk en figuurlijk tegen mij aan bij het boodschappen doen.  Ik zei: “mw. weet u niet in wat voor zorgvolle tijd wij leven, en waar we rekening mee moeten houden (1,5 meter)?”. Mijn oogst was een verbaasde blik maar geen “sorry” of excuus, en het ergste was dat haar kleindochter erbij was. Die schuld uit het evangelie echter die zo kolossaal is dat ze zelfs niet meer te begrijpen is, weegt daar natuurlijk niet tegenop. Menselijk gezien dan toch, maar toch wordt die wél begrijpelijk als we weten dat die heer in Jezus’ verhaal staat voor de Heer onze God. Hij is altijd klaar om te vergeven, om nieuwe kansen te geven, om liefde als enige wapen te gebruiken, ook als we de ergste fouten maken. Hoe goed zou het zijn als wij ons aan Hem zouden spiegelen, als liefde dus ook bij ons het enige wapen zou zijn. Het wapen dat ons sterk maakt is goedheid, zo sterk dat we kunnen vergeven zoals God de Heer ons vergeeft als we in de fout gaan. Laten we zo goed en zo sterk proberen te zijn en laten we bidden dat die fundamentele houding van God en zijn Zoon Jezus ook weer doordringt tot alle mensen in deze wereld, vooral de regeringsleiders, tot welzijn van alle mensen in deze wereld. Ik hoop en geloof dat tussen 80 en 76 jaar geleden daar mensen hun leven niet voor niets hebben gegeven, maar ik heb daardoor een hart vol zorgen en ik denk dat wij niet genoeg bidden om vrede en ons echt inzetten voor vrede.  Laten we het vanaf vandaag doen.  Want wat in het klein begint, kan iets groots worden, zoals het mosterdzaadje dat Jezus óók ten voorbeeld houdt, naast zijn krachtige taal die ons soms afschrikt. Amen.

Inl. Zondag:  “a special welcome to our most respected geusts from abroad (espescially the ambassodor of the USA), who are here to give us their support by bringing grace to the Lord fort the peace in our country and Europe, brought by soldiers out of America, Canada, Australia and Poland and many other country’s.  We will never forget what they’ve did for us and our welbeing”. May our prayers and work give the world an enduring state, or growing state of  longing for peace”.

Een welkom ook aan onze burgmeester van Rooij en uw echtgenote en medewerkers;  dat onze gezamenlijke inzet begint met vrede in Meijerijstad en haar uitwerking heeft buiten de grenzen van onze gemeente om, niet alleen Brabant maar ook in de andere provincies. Ook dank ik ons gilde van St Barbara, dat uw medewerking van vandaag bijdraagt aan de ernst om te werken aan vrede in de wereld, want dan kunnen we elkaar ook op plezierige wijze blijven ontmoeten, na de zorgvolle tijd die alle mensen nu wereldwijd moeten doorleven. Hoop doet leven, maar eerder nog: gebed, en daarmee beginnen wij nu.

  • Jesus Sirach 27, 30-28,7
  • Mattheus 18, 21-35