Interview Pastoor Smulders

Door Karien Janssen – Schwiebbe

Meijerijstad was een episch centrum van de corona uitbraak medio maart. Veel parochianen werden ermee besmet. Ook zijn velen overleden. Er waren veel uitvaarten te verzorgen. Normaal gesproken is het de rol van de pastoor om de nabestaanden te troosten bij verlies van een dierbare. Persoonlijke contacten waren nauwelijks mogelijk. Dit om te voorkomen dat je zelf besmet werd. Maar ook het beleven van een uitvaart in familiekring deed misschien niet altijd recht aan het afscheid nemen.

Wat ging er door je heen toen je je realiseerde wat de omvang van de besmetting was? Op welke manier kon je de mensen ondersteunen?

Zelf heb ik de contacten per telefoon gedaan.  Dat was de eerste keren best zwaar.  Je kwam er gaande weg het gesprek pas achter dat je bijv. de zoon of dochter van iemand goed kent, normaal zie je dat met één oogopslag.  Gelukkig heeft eigenlijk iedereen de telefoon voorbereiding als positief ervaren, omdat we steeds gekeken hebben hoe we in deze omstandigheden tóch samen konden werken om persoonlijk en met eerbied gelovig afscheid te nemen.  Onze dirigent/pianist/organist Dan Loredan heeft op een heel bijzonder toegewijde manier meegeholpen om bij verschillende uitvaarten te zorgen voor waardige “echte”= live muziek.  Daar ben ik hem zeer dankbaar voor. De beperkingen vond ik voor de nabestaanden heel naar en natuurlijk heb ik die zelf ook als buitengewoon vervelend ervaren.

Ziekte en dood zijn natuurlijk elementen van het leven. Maar zo veel … in zo’n korte tijd … Dat doet een beroep op je incasseringsvermogen. Hoe heb jij dit alles een plaats kunnen geven?

In de Lambertuskerk alleen al waren er 18 uitvaarten naast een zelfde aantal in de andere geloofsgemeenschappen. Daar heb ik er toen 16 van verzorgd en pater Issag voor de andere, naast nabestaanden die het zelf aandurfden en enkele door Hennie van Hattum PW.  Zoveel uitvaarten in een korte tijd vraagt ook om een heel andere verwerking bij jezelf als dienstverlener en natuurlijk viel me dat zwaar, zoals het voor iedereen een ernstige tijd is.  Iedereen heeft denk ik heel veel onbezorgdheid moeten inleveren.

Een crisis heeft een begin en een einde. Op dit moment lijkt er enigszins licht aan het einde van de tunnel, maatregelen worden versoepeld en de wereld lijkt te veranderen. Met name het sociale leven van mensen. Dat heeft gevolgen voor het samen vieren. Het schept afstand. Wat betekent dit voor de eenheid van de parochie, gesteld dat alle mensen van vóór de crisis gewoon weer naar de kerk komen? En wat als mensen niet meer komen?

Vanaf het begin heb ik me ingesteld op anderhalf jaar.  Ik dacht toen: dan kan het alleen maar meevallen. Nu denk ik dat die anderhalf jaar een meevaller zou zijn. Ik ben dankbaar dat ik de Eucharistie ook alleen mag vieren, en pater Issag en ik doen dat ook en nemen alle intenties mee, maar het is zwaar omdat het niet is zoals het moet zijn.  Jezus benadrukt in de Eucharistie onze algemeen menselijke aanleg tot gemeenschap én onze róeping tot gemeenschap.  Dát te missen vind ik verschrikkelijk.  In onze parochie hebben we besloten in alle kerken pas openbaar te vieren vanaf 1 juli, vanwege het goed voorbereiden hiervan.  Ik hoor nu van andere parochies waar men eerder begon, dat nog veel mensen bang zijn en ze het nu toegestane aantal van 30 mensen bij lange niet halen.  Of het straks – als de angst om gegronde redenen minder wordt – verbetert?  Aan de ene kant wel, want n.a.v. de missen op Meijerijstad tv merkte ik aan de telefoongesprekken die daarop volgden dat veel mensen hun eigen kerk en pastores – zonder enig verwijt!!! – gemist hebben.  De goede camera techniek van Omroep Meierijstad bevestigde mijn theorie: óf je doet het goed of niet. Er waren zo via internet vieringen waarbij de kwaliteit van het camerawerk matig was. Daar wilde ik niet aan mee doen en de leden van het pastoraal team gelukkig ook niet, want er zijn iedere zondag mooi verzorgde H. Missen op de tv door de kerkprovincie. Aan de andere kant merk ik dat sommige mensen maatschappelijk onvoorzichtiger worden na de versoepeling en dit niet als een uitnodiging zien om wat serieuzer te leven of levensbeschouwelijk sterker te worden.  Maar we weten niet wat een langere situatie van zorg met álle mensen doet.  Wél weet ik al langer dat we een kleine kerkgemeenschap gaan worden en deze crisis versnelt waarschijnlijk dat proces en zal ook ons beleid om centralisatie urgenter maken, wat ons bij de visitatie van de bisdom-staf vlak vóór de Covid-19 uitbraak al is duidelijk gemaakt.  We hebben het in Veghel en de omringende dorpen behoorlijk lang kunnen uitzingen, maar we zullen ons moeten aanpassen aan de nieuwe tijd en nu door omstandigheden wellicht op een manier die letterlijk en figuurlijk hard kan overkomen.

Als pastoor ben je het boegbeeld van de Franciscusparochie. Parochianen verwachten bemoedigende woorden voor een toekomst die ze kunnen begrijpen. Wat zou je hen willen zeggen?

Hetzelfde als in het interview met omroep Meierijstad TV – half maart – toen we aan het begin van de crisis stonden.  Wellicht was het interview anders geweest als het nu afgenomen was, maar één ding staat overeind: mijn moeder werd weduwe, ruim 23 jaar geleden, toen ze 60 jaar oud was.  Menselijk gesproken te jong.  Ze heeft toen meermaals aan mensen gezegd die haar goed bedoeld beklaagden:  “de natuur is sterk, maar God is goed en geeft ons kracht” terwijl ze ons vader toen en nu nog steeds heel erg mist.  Het is een wijze uitspraak, die misschien ook hard kan overkomen en toch getuigt dat het geloof van ons moeder niet zo oppervlakkig is, integendeel! En ook werkt die uitspraak wel, want we móeten er doorheen en God geeft ons kracht.  Dat is het belangrijkste van ons geloof.  Ik herkende dat afgelopen pinksterzondag ook in een uitzending van “Songs of praise” op tv in een Gospel “I will rejoice for He has made me glad”,  bijzonder bij de woorden: “every time i feel the Spirit, moving in my heart, i will pray” terug te zien via https://youtu.be/0Mir_iec2nQ . Een dochter van een hoog bejaarde dame zei me telefonisch in de voorbereiding van de uitvaart van haar moeder heel stellig: “pastoor, we moeten hier doorheen en we komen hier doorheen, daar ben ik van overtuigd”.  Haar stelligheid deed me toen en nu heel goed.  Ik heb haar daarvoor bedankt, omdat het me toen in de overvloed van e-mails aan protocollen, tv programma’s en alle andere nodige en overbodige informatie erg goed deed dat iemand dat gewoon zo sterk en stellig durfde te zeggen in een situatie van verdriet…. Laten we die hoop koesteren en bewaren als een bron van kracht.

Klik op de afbeelding om deze te vergroten.